Munitieopslag - veelgestelde vragen over de veiligheidszones en de gevolgen daarvan

Wat wordt er verstaan onder een veiligheidszone?

Een veiligheidszone is een zogenoemd explosieaandachtsgebied. Rondom militaire munitieopslagen gelden drie explosieaandachtsgebieden: A, B en C. De afstanden voor deze gebieden, die op de kaart als cirkels om de opslag heen liggen, zijn afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen explosieven. Je kunt deze zones of gebieden alleen op de kaart zien. De regels die in elke zone gelden, staan beschreven in artikel 5.32 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze regels zijn er vanwege de veiligheid. Hoe dichterbij de munitieopslag, hoe strenger de regels zijn.

De op de kaart getekende benodigde veiligheidszones (zie onderaan deze pagina) zijn gebaseerd op de bestaande grootschalige munitieopslag in Veenhuizen. Daarom is de C-groot zone toegevoegd. Bij de uitwerking van het munitiecomplex in Staphorst, in een gebiedsproces, worden op basis van het definitieve ontwerp de exacte veiligheidszones bepaald. De uiteindelijke plek van de bunkers en de daarbij nodige veiligheidsmaatregelen bepalen de benodigde veiligheidszones. Deze zullen nooit groter worden als de maximale grenzen zoals nu vastgesteld door het kabinet.

De benodigde veiligheidszones van een grootschalige munitieopslag komen vrijwel overeen met de veiligheidszones van de bestaande munitieopslag, zie het kaartje onderaan deze pagina. Dat komt doordat de bestaande veiligheidszones A, B en C van de munitieopslag in Staphorst relatief groot zijn, omdat dit een ouder complex is waar nog niet de nieuwste technieken en bunkers toegepast zijn.

Wat betekenen de veiligheidszones A, B en C? Wat mag er nou wel en niet?

De benodigde veiligheidszones van een grootschalige munitieopslag komen vrijwel  overeen met de veiligheidszones van de bestaande munitieopslag, zie het kaartje onderaan deze pagina. Onder het kaartje staan de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving die in de verschillende veiligheidszones gelden. Deze regels zijn er vanwege de veiligheid van mensen. Hoe dichterbij de munitieopslag, hoe strenger de regels zijn.

Zone A en B

Voor zone A en B gelden de meeste beperkingen. Hier mag je zonder toestemming niet wonen, werken of verblijven. Belangrijke uitzonderingen zijn:

  • Agrarisch gebruik is in de A-zone beperkt toegestaan. Stallen of tuinbouw zijn niet toegestaan, maar akkerbouw en veeteelt kan met een paar beperkingen wel. In de B-zone is dit allebei toegestaan.
  • Wegen en fietspaden zijn zowel in de A- als B-zone toegestaan. Auto(snel)wegen en grotere parkeerterreinen zijn niet mogelijk.
  • In zone B en C staan drie windturbines. Dit is in deze zones toegestaan en leidt volgens het planMER-onderzoek niet tot negatieve effecten.

Zone C

In de C-zone geldt een verbod op gebouwen waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is, wanneer dit gebouw een vlies- of gordijngevel en grote glasoppervlakten heeft. 
Dit betekent dat voor andere gebouwen en activiteiten geen beperkingen binnen een C-zone gelden. Er zijn verder, als gevolg van deze veiligheidszone, geen aanvullende voorwaarden voor het verlenen van vergunningen door de gemeente voor nieuwbouw, verbouw of uitbreiding. 
Wonen en woningbouw, een spoorlijn, recreatie, een basisschool en evenementen zijn in zone C toegestaan. Recreatieplas de Zwarte Dennen ligt in zone C en blijft toegankelijk. Er zijn in de C-zone geen aanvullende beperkingen voor evenementen of activiteiten in de open lucht.
Er ligt geen vitale infrastructuur zoals een hoogspanningsleiding binnen de C-zone. Defensie blijft in overleg met netbeheerders en andere betrokken partijen om de veiligheid van vitale infrastructuur te waarborgen.

Hoe kan het dat van de vier woningen in de veiligheidszones A en B maar één woning verwijderd moet worden? Wonen is hier toch niet toegestaan?

Twee woningen waren al aanwezig in de A-zone voordat de wetgeving voor de A, B en C-zones is opgesteld. In de wetgeving is voor deze bestaande situaties een bepaling opgenomen dat deze woningen niet verwijderd hoeven te worden.

Nu de bestaande munitieopslag wordt uitgebreid, is een juridisch nieuwe situatie van kracht en geldt deze bepaling niet meer. De woningen die in de A en B-zones rond de opslag liggen, moeten verwijderd worden. 
Uit verdiepend onderzoek van Defensie na het ontwerp NPRD blijkt dat drie van de vier woningen gespaard kunnen worden. Alleen de woning op het Defensieterrein kan geen woonfunctie behouden.

Defensie kiest in het NPRD onder meer voor Staphorst als locatie voor grootschalige munitieopslag, omdat het aantal woningen dat verwijderd moet worden, beperkt blijft.

Hoe gaat Defensie om met mensen en agrarische bedrijven die niet meer kunnen blijven wonen of ondernemen op de huidige locatie?

De komst van een grootschalige munitieopslag vraagt om ruimte die nu voor andere functies gebruikt wordt, waaronder landbouw.
Bij het besluit over het ontwerp NPRD heeft Defensie het voorkeursrecht gevestigd op gronden die deel uitmaken van de te realiseren grootschalige munitieopslag in Staphorst
Voor deze grondeigenaren en woningeigenaren werkt Defensie samen met rentmeesters die bekend zijn met de lokale omstandigheden en marktsituatie. Zij kijken hoe afspraken gemaakt kunnen worden die recht doen aan het ingrijpende kabinetsbesluit.

Voordat Defensie tot onteigening overgaat, probeert Defensie eerst om in goed overleg met de grondeigenaar tot een passend bod en passende voorwaarden voor aankoop te komen, in de zogenoemde ‘minnelijke fase’. Daarbij worden ook mogelijkheden voor verplaatsing en vervangende gronden verkend. Defensie houdt zich daarbij aan de geldende wet- en regelgeving. De uitvoering hiervan ligt bij een rentmeester.

Hoe zit het met de verkeersveiligheid op de wegen van en naar de munitieopslag?

Er vinden nu al transporten plaats van en naar de bestaande munitieopslag. Deze transporten moeten voldoen aan verschillende wet- en regelgeving om de veiligheid ervan te borgen. Voor de extra transportbewegingen die plaatsvinden door het uitbreiden van de munitieopslag gelden dezelfde regels.

De verwachte verkeersveiligheid is onderzocht in het planMER-onderzoek en blijft binnen de normen. In het vervolgproces werkt Defensie samen met regionale partners om de maatregelen voor een veilige verkeersafwikkeling uit te werken en overlast tot een minimum te beperken.

Defensie ziet het Staphorster bod als uitgangspunt bij de verdere uitwerking van de plannen. In het Staphorster bod voor grootschalige munitieopslag (pdf, 3,57 mb) zijn twee randvoorwaarden voor een vlot en veilig transport van en naar de opslag opgenomen. Een rechtstreekse aansluiting op de snelweg A28 is nodig, zodat het transport niet over de Stovonde en door de dorpskern hoeft. Ook Defensie wil munitietransporten buiten de bebouwde kom. Daarnaast is er een ongelijkvloerse spoorwegovergang nodig bij de J.J. Gorterlaan.

Explosieaandachtsgebied A (cirkel 400 meter), B (cirkel 700 meter) en C (klein: cirkel 1.400 meter, groot: cirkel 1.900 meter
(klik op de afbeelding voor een vergroting)

Afbeelding van Defensie met de bestaande en nieuwe veiligheidszones.

Volgens de wettelijke kaders uit Besluit kwaliteit leefomgeving m.b.t. explosieaandachtsgebieden rond munitieopslag gelden de volgende beperkingen:

Explosieaandachtsgebied A (400 meter):

  • Geen beperkt, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties;
  • Geen autowegen, autosnelwegen, spoorwegen, vaarwegen of parkeerterrein voor meer dan 10 motorvoertuigen;
  • Geen agrarische activiteiten die meer dan incidentele aanwezigheid van enkele personen vereisen.

Explosieaandachtsgebied B (700 meter):

  • Geen beperkt, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties.

Explosieaandachtsgebied C (klein: 1400 meter, groot: 1900 meter):

  • Geen gebouwen waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is met: vlies- of gordijngevels en grote glasoppervlakken.

NB: In de rapportage worden twee C-zones opgenomen (een reële C-zone en de grootste C-zone die op dit moment in Nederland bestaat). Dit is gedaan om een breed ‘worst-case’ beeld te geven. Bij een mogelijke daadwerkelijke realisatie wordt er maar 1 C-zone vastgesteld. Binnen deze zone zijn dus enkel beperkingen met betrekking tot gebouwen met vlies- en gordijngevels met grote glasoppervlakken waar gedurende een groot deel van de dag veel mensen aanwezig zijn. Voor andere gebouwen en activiteiten gelden er geen beperkingen binnen de C-zone.