Munitieopslag - veelgestelde vragen over de gevolgen voor natuur en recreatie

Wat zijn de gevolgen van een grootschalige munitieopslag voor (recreatie in) het Staphorster bos en bij de Zwarte Dennen?

De gevolgen van een munitieopslag voor de natuur zijn bij het planMER-onderzoek in beeld gebracht. Dit heeft meegewogen in het kabinetsbesluit over het NPRD. Nu Staphorst definitief als locatie is aangewezen, wordt de bestaande munitieopslag vergroot van ongeveer 15 hectare naar ongeveer 70 hectare. Het grootste gedeelte van het Staphorster bos (ongeveer 940 hectare) blijft in dat geval gewoon toegankelijk. Ook de recreatieplas de Zwarte Dennen blijft toegankelijk.

Zoals ook in de nieuwe visie Recreatie en Toerisme (pdf, 3.37 mb) staat, is en blijft het Staphorster bos met de Zwarte Dennen een van de belangrijkste recreatiegebieden van de gemeente.

Wegen, wandel-, fiets en ruiterpaden

Lokale wegen die liggen in zone A en B, zoals de J.J. Gorterlaan en wandel-/fietsroutes blijven gewoon toegankelijk, net als nu bij de bestaande munitieopslag het geval is.  Bij de uitwerking van de inpassing van de grootschalige munitieopslag in het gebiedsproces wordt gekeken naar de bestaande routestructuur in het bos en de impact van de uitbreiding daarop. Voor routes en paden die liggen op de plek van de uitbreidingslocatie zal in overleg met belanghebbenden in het gebiedsproces gekeken worden naar mogelijkheden voor alternatieven.

Recreatieplas de Zwarte Dennen

Recreatieplas de Zwarte Dennen ligt in zone C en blijft toegankelijk, net als nu het geval is. Er zijn in de C-zone geen aanvullende beperkingen voor evenementen of activiteiten in de open lucht. Het toegankelijk houden van de Zwarte Dennen is voor de gemeente een belangrijke voorwaarde aan Defensie.

Hoe worden de natuurwaarden op het terrein van de munitieopslag zo goed mogelijk geborgd?

  • Door goed onderzoek
    In het planMER-onderzoek zijn de natuurwaarden nabij de bestaande munitieopslag in beeld gebracht. Hierbij is ook een dassenburcht aangetroffen. De aangetroffen natuurwaarden zijn opgenomen in de resultaten van het planMER-onderzoek en meegewogen in de beslissing van het kabinet. In de zomer van 2025 is onderzoek gedaan naar de exacte locatie van o.a. de das, zodat daar bij de inrichting rekening mee kan worden gehouden. Het uitgangspunt van Defensie is om de natuurkwaliteit van het gebied netto te versterken en de leefomgeving van de das te kunnen behouden.
    In het gebiedsproces vinden locatie-specifieke onderzoeken plaats naar de aanwezigheid van beschermde soorten en hun voortplantings- en leefgebieden. Bijvoorbeeld als het gaat om voortplantingswater voor libellen en amfibieën in de blusvijver. Wanneer blijkt dat deze gebieden aanwezig zijn, bekijkt Defensie hoe deze behouden of volwaardig gecompenseerd kunnen worden. Defensie volgt de geldende wet- en regelgeving, waarbij bescherming van soorten een belangrijk uitgangspunt is.
     
  • Door zorgvuldige inrichting van het terrein
    De bestaande munitieopslag is NNN-gebied. Dit gebied met veel natuur heeft een andere kwaliteit dan andere delen van het bos. Bij uitbreiding van de munitieopslag is een zorgvuldige omgang met de natuur vanzelfsprekend. Waar mogelijk worden flora en fauna zoveel mogelijk ontzien. Bijvoorbeeld door zo weinig mogelijk bomen te kappen en door noodzakelijke voorzieningen te treffen zodat het terrein passeerbaar blijft voor kleine zoogdieren. Maar schade valt niet uit te sluiten en deze natuur zal dan gecompenseerd moeten worden.
    De inpassing en inrichting van het terrein wordt voorbereid in een gebiedsproces. De inzet van de gemeente daarbij is om voor de natuur- en recreatiewaarden alle partijen te betrekken en gebruik te maken van lokale expertise. Defensie en natuur kunnen goed samengaan en dat is ook het uitgangspunt van Defensie bij het realiseren van de grootschalige munitieopslag. Defensie volgt de geldende wet- en regelgeving en daarnaast haar eigen ambities uit het Defensie natuurbeleid.
     
  • Door natuurcompensatie
    Voor natuurcompensatie zijn in de wet mogelijkheden en regels aangegeven. Defensie moet zich net als andere overheden en partijen aan deze regels houden. Het Staphorster bos is Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied. Bij het bouwen in een NNN-gebied gelden compensatieregels. Het Rijk is in dit geval hiervoor het bevoegd gezag. In principe moet hetzelfde type NNN-gebied terugkomen. Ook geldt een kwaliteitstoeslag, waardoor meer NNN-gebied terugkomt dan eventueel verdwijnt. Dit wordt vastgelegd in een compensatieplan. Compensatie kan ook kansen bieden voor nieuwe natuur en versterking van structuren.
    In het gebiedsproces zal een concreet inrichtingsvoorstel worden uitgewerkt, inclusief een voorstel voor natuurcompensatie.
    Defensie gaat in overleg met provincie, gemeente en Staatsbosbeheer om aan te sluiten bij de regionale natuurambities. Daarnaast volgt Defensie voor natuurcompensatie ook haar eigen ambities uit het Defensie natuurbeleid.
    De natuurcompensatie moet volgens de wet gerealiseerd en functioneel zijn op het moment dat de aantasting (lees: de bouw) plaatsvindt, tenzij aangetoond wordt dat latere realisatie ecologisch verantwoord is.
     
  • Aandacht voor de natuur tijdens de bouw
    Ook op het terrein zelf kan en zal Defensie aandacht voor natuur hebben, bijvoorbeeld door natuur-inclusief bouwen waar dit kan en bepaalde bomen te sparen wanneer dit mogelijk is.
    Tijdens de bouw gelden ook regels voor het broedseizoen en voor beschermde soorten, wanneer die aangetroffen worden.
    Tijdens de aanleg zullen er mogelijk trillingen ontstaan, maar deze zijn niet groter dan bij normale bouwwerkzaamheden. De exacte milieueffecten in de bouwfase worden onderzocht als bekend is hoe het terrein eruit komt te zien en wat de bouwwijze en bouwfasen zijn.

Wordt er landbouwgrond gebruikt voor natuurcompensatie?

Defensie begrijpt de zorg over het gebruik van landbouwgrond voor natuurcompensatie. Het is mogelijk dat natuur moet worden gecompenseerd, maar waar en hoe dat gebeurt, is nu nog niet duidelijk. Dit wordt verder uitgewerkt in het gebiedsproces, waarin opnieuw ruimte is voor participatie en inspraak.

Bij de uitwerking van de natuurcompensatie houdt Defensie zoveel mogelijk rekening met bestaande natuur- en recreatiewaarden en met het minimaliseren van aantasting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Als compensatie nodig is, gebeurt dit volgens de wettelijke kaders die daarvoor gelden. Defensie gaat in gesprek met de provincie, gemeente en Staatsbosbeheer om te verkennen hoe deze aanpak kan aansluiten bij de ambitiekaart voor natuur in de regionale gebiedsvisie.

Defensie staat open voor ideeën zoals ruilverkaveling, versterking van landbouwstructuur en herstel van landschapselementen, die kansen bieden voor duurzame ontwikkeling. Deze ideeën worden meegenomen in het gebiedsproces, waarin inpassing en samenwerking met agrariërs, terreinbeheerders en overheden verder worden uitgewerkt.