Hondenbelasting

Home > Inwoners > Hondenbelasting

Hondenbelasting

  • Wat is het?

    U betaalt hondenbelasting als u een hond hebt. Meld uw hond aan bij de gemeente. U krijgt dan één keer per jaar een aanslag hondenbelasting.

  • Wat moet ik doen?

    U meldt uw hond aan bij de gemeente.

    Let op

    Als u uw hond niet aanmeldt, kan de gemeente u later alsnog een aanslag sturen.

    Bezwaar maken

    Als u het niet eens bent met de aanslag, kunt u bezwaar maken. Zet in uw bezwaar het aanslagnummer en leg uit waarom u het er niet mee eens bent. Stuur uw bezwaar binnen 6 weken na de datum op het aanslagbiljet naar de gemeente.

  • Wat kost het?

    De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

    Tarieven 2019:

    • voor een eerste hond: € 40,00
    • voor iedere hond boven het aantal van één: € 90,00
    • voor geregistreerde kennels: € 255,00

    U hoeft geen hondenbelasting te betalen voor:

    • een puppy jonger dan 3 maanden
      (wanneer deze tezamen met de moederhond wordt gehouden)
    • een hond die in het asiel verblijft
    • een geleidehond voor blinden of gehandicapten
  • Aanvullende info

    Let op

    Meldt u uw hond niet aan? Dan kan de gemeente u later alsnog een aanslag sturen.

    Bezwaar maken

    Bent u het niet eens met de aanslag? Dan kunt u bezwaar maken. Zet in uw bezwaar het aanslagnummer en leg uit waarom u het er niet mee eens bent. Stuur uw bezwaar binnen 6 weken na de datum op het aanslagbiljet naar de gemeente.

  • Handig om te weten

    Waarom moet ik hondenbelasting betalen en wat kost het?

    Iedere houder van een hond is hondenbelasting verschuldigd.

    Wat wordt er met de opbrengsten gedaan?

    De opbrengsten komen ten gunste van de algemene middelen. Het is niet zo dat wanneer u hondenbelasting betaald, de gemeente ook verantwoordelijk is voor het opruimen van hondenpoep e.d. Het is een belasting die we volgens de gemeentewet mogen heffen. Het is niet toegestaan om belastingen te heffen voor andere diersoorten.

    Geschiedenis hondenbelasting

    Ontstaan van de hondenbelasting
    Sinds de totstandkoming van de gemeentewet in 1851 hebben gemeenten de bevoegdheid om hondenbelasting te heffen. Dat wil overigens niet zeggen dat de hondenbelasting in Nederland voor de komst van de gemeentewet onbekend was. De oorsprong van de hondenbelasting ligt waarschijnlijk in de 15de eeuw. Van enkele Nederlandse steden (o.a. Utrecht en Leiden) is bekend dat zij al meer dan 500 jaar geleden een belasting op honden hadden, eerst in de vorm van een belasting in natura en later als een belasting in geld.

    De belastingopbrengst werd aanvankelijk gebruikt voor bekostiging van maatregelen op het terrein van armenzorg. Dat heeft geduurd tot aan de Franse tijd (1810). Daarna waren de Nederlandse gemeenten niet meer bereid hondenbelasting voor sociale doeleinden aan te wenden.

    19de eeuw
    In het begin van de 19de eeuw kwam de discussie op gang om hondenbelasting (aanvankelijk hondencontributie genoemd) landelijk in te voeren. Het zou kunnen dienen als een middel tegen het verspreiden van hondsdolheid. In die periode kwam hondsdolheid namelijk met regelmaat voor en vormde een ernstig gevaar voor de volksgezondheid. De hondenbelasting ontbrak in de wettelijke regels die na het beëindigen van de Franse tijd werden vastgesteld. Maar toch kregen veel gemeenten Koninklijke toestemming om de belasting in te voeren als een maatregel van openbare orde en veiligheid (volksgezondheid). Het voornaamste doel was het bestrijden van hondsdolheid.

    In de gemeentewet van 1851 werd hondenbelasting toegevoegd aan het gemeentelijk belastinggebied. In de memorie van toelichting werd als doel van de hondenbelasting genoemd: “het doel van de heffing van eene plaatselijke belasting op het houden van honden is meestal niet zozeer de inkomsten van de gemeente te vermeerderen, dan wel in het belang van de openbare veiligheid het getal onnodige honden te verminderen”.
    Ter zake van honden, uitsluitend gehouden ten dienste van de landbouw of enig bedrijf van nijverheid, of ter bewaking van gebouwen of erven, werd geen of minder belasting dan van andere honden geheven. Vanaf 1851 maakt de hondenbelasting ononderbroken deel uit van het gemeentelijk belastinggebied. Het ziet er naar uit dat dat in de nabije toekomst niet verandert.

    20ste eeuw tot nu
    Eind 1970 vond er een omvangrijke wijziging plaats in het gemeentelijk belastinggebied (Wet van 24 december 1970, Stb. 608). In het wetsvoorstel dat daartoe leidde was met betrekking tot de hondenbelasting alleen de bevoegdheid om deze belasting te heffen vermeld. De belasting werd alleen aangeduid in het voorstel, meer niet. Doel van de hondenbelasting was niet zozeer meer het beperken van het aantal honden, maar het verkrijgen van inkomsten.

  • Formulier

Wysiwyg